Dichter bij elkaar

Poëzie brengt je dichter(s) bij elkaar: lever een bijdrage

Deze pagina is voortgekomen uit een door onbekenden gestart initiatief om poëzie door middel van een ketting-mail door te sturen. Die opzet heeft het nadeel dat elke deelnemer alleen maar de gedichten te zien krijgt van een klein aantal personen verderop in de ketting. Om alle ingezonden bijdragen toegankelijk te maken is daarom nu gekozen voor een nieuwe opzet waarin gedichten via een reactie op de huidige webpagina kunnen worden ingestuurd. De reacties worden toegevoegd aan de pagina zodat iedere inzender (en de toevallige bezoeker van de pagina) alle gedichten kan inzien. Onder gedichten worden ook poëtische liedteksten begrepen. 

Graag bij elk gedicht de titel en de naam van de dichter boven de tekst van het gedicht aangeven. Het vermelden van naam, e-mailadres of website bij de bijdrage is facultatief. De naam mag ook een zelf gekozen naam zijn; bij het ontbreken van een naam wordt de bijdrage geboekt onder Anoniem.

De webmaster zal nieuwe reacties dagelijks verwerken in de inhoud van deze pagina.


1 en 2 Ingezonden door Groslo 388

1. Echtpaar in de trein – Willem Wilmink
(uit: Ernstig Genoeg)

Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtig vormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.

Voor ‘t verre reisdoel kant en klaar
zit ik dus tegenover haar.
De trein maakt zijn vertrouwd geluid
en zij rijdt vóór-, ik achteruit.

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft
slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.

2. Sonnet – P.C. Hooft

Geswinde Grijsart die op wackre wiecken staech,
De dunne lucht doorsnijt, en sonder seil te strijcken,
Altijdt vaert voor de windt, en ijder nae laet kijcken,
Doodtvijandt van de rust, die woelt bij nacht bij daech;

Onachterhaelbre Tijdt, wiens heten honger graech
Verslockt, verslint, verteert al watter sterck mach lijcken
En keert, en wendt, en stort Staeten en Coninckrijcken;
Voor ijder een te snel, hoe valdij mij soo traech?

Mijn lief sint ick v mis, verdrijve’ jck met mishaeghen
De schoorvoetighe Tijdt, en tob de lange daeghen
Met arbeidt avontwaerts; vw afzijn valt te bang.

En mijn verlangen can den Tijdtgod niet beweghen:
Maer ’t schijnt verlangen daer sijn naem af heeft gecreghen,
Dat jck den Tijdt, die jck vercorten wil, verlang.

3 en 4 Ingezonden door Panda

3. Wees niet bang – Freek de Jonge
(uit: Kijk, Dat Is Freek, 2011)

wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden doelgericht of aarzelend op de tast
houd je aan regels volg je eigen zinnen
laat die hand maar los of pak er juist een vast

wees niet bang voor al te grote dromen
ga als je het zeker weet en als je aarzelt wacht
hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je het minste is bedacht

wees niet bang voor wat ze van je vinden
wat weet je van een ander als je jezelf niet kent
verlies je oorsprong niet door je te snel te binden
het leven lijkt afwisselend maar zelfs de liefde went

wees niet bang je bent een van de velen
tegelijk is er maar een als jij
dat betekent dat je vaak zult moeten delen
en soms zal moeten zeggen laat me vrij

4. Dit is het land – Annie M.G. Schmidt

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

5 Ingezonden door Jippes

5. Een ogenblik in de wind – Ernst Jansz
(van de CD De Overkant, 1999)

als boven het vlakke land
de torenklokken slaan
in het oosten woedt er brand
alle doden tellen wij
hoe moet ik dan bestaan
maar in mijn armen lag jij
en in het westen de zee

een ogenblik in de wind
hebben wij gelopen
een ogenblik in de wind

waar de westenwind woont
en de bakens staan
waste jij mijn handen schoon
dansten kinderen op het strand
schreven wij in zoete waan
onze namen in het zand
en op kwam de zee

een ogenblik in de wind
hebben wij gelopen
een ogenblik in de wind

zo denk ik aan jou
leg mij neer in de nacht
en in leegte en kou
is jouw mantel voor mij
mijn liefste zo zacht

een ogenblik in de wind

Te beluisteren op Spotify

image_pdfimage_print

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onderstaand sommetje is bedoeld om misbruik door programma's te voorkomen *